| |
|
Brandklassen, weten wat u nodig hebt
De verschillende branden kunnen worden opgedeeld in vijf
brandklassen, hiervan zijn er reeds vier Europees vastgelegd. De
vijfde brandklasse F, zal aan deze Europese norm worden
toegevoegd. Op elk etiket van een goedgekeurde brandblusser
staan de pictogrammen weergegeven van de brandklassen waarvoor
het toestel kan worden ingezet. Hieronder een overzicht. |
|
Brandklasse
|
Omschrijving
|
Voorbeelden
|
 |
Branden van vaste stoffen
van
doorgaans organische oorsprong, die
in het algemeen onder gloedvorming
verbranden |
Hout, papier, stro,
kunststoffen
kolen |
 |
Branden van vloeibare of
vloeibaar
wordende stoffen |
Olie, benzine, alcohol,
sommige
kunststoffen, bitumen |
 |
Branden van gassen
|
Propaan, butaan, aardgas
|
 |
Branden van metalen
|
Magnesium, zirkonium
lithium, kalium, natrium |
 |
Branden van vet/oliën in
keukens |
Frituurvet, plataardige en
dierlijke
vetten |
|
 |
|
|
De verschillende eigenschappen van blusstoffen
Naast de diverse brandklassen zijn ook de eigenschappen van
de blusstof van belang wanneer het gaat om het maken van een
juiste keuze. Blusstoffen zoals bluspoeder zorgen voor
aanmerkelijk meer nevenschade bij gebruik, maar kunnen voor
iedere brandklasse worden ingezet. Schuim-blussers zijn enkel
geschikt voor brandklasse A en B, maar veroorzaken bijna geen
nevenschaden. |
|
Type
blusser
|
Blusvervuiling |
Herontsteking |
Gebruiksgemak |
|
|
Sproeischuim |
Weinig |
Nee |
Groot |
|
|
Vetblusser |
Weinig |
Nee |
Groot |
|
|
Poeder |
Sterk |
Ja |
Matig |
|
|
Koolzuursneeuw |
Geen |
Ja |
Matig**
|
|
| |
*
|
Sproeischuimblussers gevuld met ExtRA eco 3% en
Bioversal QF-mx zijn niet geschikt voor het
blussen van in water oplosbare stoffen zoals
alcoholen. In dit geval moet een schuimblusser
met alcoholbestendig of "all-purpose" schuim
worden gebruikt. In niet-vorstvrije ruimten moet
een vorstbestendig schuim worden gebruikt. Dit
kan een premix zijn van water, AFFF en
vorstbeschermer, Imprex of Towasol. |
|
| |
|
**
|
Koolzuursneeuw
(C02) is zwaarder dan lucht en kan zich in laag
gelegen ruimten verzamelen. Er bestaat
verstikkingsgevaar voor de mens in kleine
ruimten. |
|
|
 |
|
|
Brand? Weet wat u moet doen!
De verschillende branden kunnen worden opgedeeld in vijf
brandklassen, hiervan zijn er reeds vier Europees vastgelegd. De
vijfde brandklasse F, zal aan deze Europese norm worden
toegevoegd. Op elk etiket van een goedgekeurde brandblusser
staan de pictogrammen weergegeven van de brandklassen waarvoor
het toestel kan worden ingezet. Hieronder een overzicht. |
-
Een beginnende brand is vaak nog te blussen met een
blusdeken of een
brandblusser.
-
Zorg voor signalering d.m.v.
rook/hittemelders.
-
Isoleer een grotere brand zo snel mogelijk door het sluiten
van deuren.
-
Als u er tijd voor hebt, dicht dan de kieren met bij
voorkeur natte doeken. Zo houdt u giftige rook zolang
mogelijk tegen.
-
Waarschuw alle huisgenoten.
-
Ga geen spullen verzamelen!
-
Blijf zo laag mogelijk bij de grond, de temperatuur van het
plafond kan oplopen tot 85º C (bij 65º C verschroeien de
longen al!). Bij de grond is minder (giftige) rook en is er
meer zicht.
-
Hang vooral niet de held uit!
-
Houd natgemaakte doeken voor uw gezicht en adem zo min
mogelijk rook in.
-
Als er gelegenheid is neem dan huissleutels mee (brandweer
kan daarmee dichtgevallen deuren openen) en probeer gas en
elektriciteit af te sluiten.
-
Bel de brandweer bij de buren en niet in het brandende huis!
-
Bel 112 en noem alleen woonhuis + brand en eventuele
slachtoffers, leg alles uit als u de brandweer aan de lijn
heeft (en vergeet het adres niet te noemen).
-
Houd natgemaakte doeken voor uw gezicht en adem zo min
mogelijk rook in.
-
Neem huissleutels mee (de brandweer kan daarmee
dichtgevallen deuren openen).
-
Als u niet kunt vluchten, ga dan naar een ruimte aan de
straatzijde en roep om hulp.
-
Volg de instructies op van de brandweer en de politie.
-
Ga nooit terug in huis. Waarschuw de brandweer als er nog
mensen/dieren in huis zijn.
-
Logeert u elders, bijvoorbeeld in een hotel, controleer dan
op welke wijze u bij brand het snelst kunt vluchten. Ook
kunt u een vluchtmiddel
mee op reis nemen.
|
 |
|
|
Voorkom brand!
In Nederland rukt de brandweer jaarlijks zo’n 7.000 keer uit om
woningbranden te blussen. Vier van de tien branden begint in de
keuken. De meest voorkomende oorzaak is de bekende ‘vlam in de
pan’. Maar ook kaarsen, sigaretten en kortsluiting vormen
belangrijke oorzaken.
Wasdroger
De wasdroger staat met stip op nummer één van elektrische
apparaten die brand veroorzaken. In wasdrogers zit een filter om
stof en pluizen op te vangen. Juist rond het filter is de
combinatie van hete lucht met stof de ideale combinatie voor het
ontstaan van brand.
Belangrijk! Maak het filter
van de wasdroger na ieder gebruik stofvrij!
Televisie
Het zal u verbazen hoeveel stof zich ophoopt in een televisie.
Wanneer uw televisie op de stand-by stand staat, blijven de
onderdelen hitte afgeven. Juist de combinatie van stof en die
hitte leidt vaak tot brand. Dit geldt met name bij oudere
televisietoestellen.
Belangrijk! Zet TV
toestellen uit, nooit op stand-by!
Halogeenlicht
Halogeenspotjes worden erg heet. Plaats deze spots dan ook niet
in de buurt van gordijnen en meubels. Houd altijd voldoende
ruimte tussen brandbare materialen en de spots. Zorg dat bij
inbouwspots de warmte goed weg kan.
Belangrijk! Zorg voor
voldoende afstand tussen halogeenspots en brandbaar materiaal!
Kabelhaspels
Een opgerold snoer in een kabelhaspel wordt warm, smelt en
veroorzaakt kortsluiting met brand als gevolg. Let op het max.
toegestaan aantal watts van de haspel. Blijf daar altijd ruim
onder.
Belangrijk! Rol een
kabelhaspel altijd helemaal af!
Vervuilde apparaten
Vervuilde apparaten als het broodrooster, de frituurpan, de
stofzuiger en de vervuilde ‘vette’ afzuigkap zijn onveilig en
vergroten de kans op brand.
Belangrijk! Maak uw
apparaten regelmatig schoon!
|
 |
|
|
|
|